Gerrit Achterbergstraat

Gerrit Achterberg, dichter
1905 – 1962

De dichter is een koe

Gras… en voorbij het grazen 
lig ik bij mijn vier poten 
mijn ogen te verbazen,
omdat ik nu weer evengrote 
monden vol eet zonder te lopen,
terwijl ik straks nog liep te eten,
ik ben het zeker weer vergeten 
wat voor een dier ik ben – de sloten 
kaatsen mijn beeld wanneer ik drink,
dan kijk ik naar mijn kop, en denk: 
hoe komt die koe ondersteboven? 
Het hek waartegen ik mij schuur 
wordt oud en glad en vettig op den duur.
Voor kikkers en voor kinderen ben ik schuw 
en zij voor mij: mijn tong is hen te ruw,
alleen de boer melkt mij zo zalig,
dat ik niet eenmaal denk: wat is hij toch inhalig.
’s Nachts, in de mist, droom ik gans onbewust 
dat ik een kalfje ben, dat bij de moeder rust.